Après ski bar

Carnavaprèsski-muziek

Vrijdagmiddag 14.00 uur. De Officiële Foute 1.500 van Q-Music schalt uit mijn koptelefoon. Een glimlach op mijn gezicht, geneurie door mijn neus en gemompel uit mijn mond. Schuine blikken van collega’s schuin tegenover mij, die ongewenst meegenieten van mijn vrijdagmiddagopleving. De collega tegenover mij heeft geluk – daar zit een beeldscherm in de weg. De overlast blijft daar dus beperkt tot mijn vocale optreden.

Maar achter die schuine blikken zie ik ook een greintje interesse. “Wat luistert die gast in vredesnaam?” “Waarom geniet hij wél van werken op vrijdagmiddag?” Ik ben de beroerdste niet en deel mijn levensvreugd graag, dus tien minuten later zitten we in een Spotify-jam en luisteren we samen foute muziek. Wat mij betreft overigens een onjuiste benaming, want het is goede muziek en betere bestaat er niet.

En dát is waar de discussie op de werkvloer vervolgens over ging – want we werken hard. Ik leef op van de categorie après-ski met Atemlos durch die Nacht en Schultenbräu, uptempo 90’s van Charlie Lownoise, Mental Theo en DJ Jean, beetje Nederlandstalige folklore van Linda, Roos, Jessica, André Hazes en zelfs Marco Schuitmaker.

Maar dan die carnavalsmuziek. Dra-ma. De hele tijd een droeftoeter die continu en de hele tijd door toch al onverstaanbare Brabantse teksten trompettert. Pom pom pom pom. Dan toch liever boem boem boem boem van Happy Hardcorebeats, de gevoelige teksten over blikkendagen of de lieve woorden van een Vlaams trio met een K.

Om nog maar te zwijgen over de teksten: “Hier hier hier, er zit water in mijn bier.” Dan ga ik nog liever zwemmen in Bacardi Lemon?

Alleen: wat is het verschil? Wat maakt Donnie beter dan De Debiele Deurzakkers? Waarom kan 2 Unlimited ongelimiteerd luisteren en 2 Bierkes Teveul niet? En waarom lach ik bij Jan Smits ‘Als de morgen is gekomen‘, maar huil ik Jan Biggels ‘Ons moeder zeej nog‘?

Mijn gevoel is duidelijk. Maar hoe verwoord ik dat? Gevoel en emotie uiten is iets ‘waar ik aan werk’, zeg maar.

Daarom doe ik nu een poging:

Waarom de geciviliseerde après-ski beter is dan het volkse carnaval – een musicologisch verantwoorde analyse van dit vraagstuk.

Vanuit een strikt theoretisch kader kenmerkt après-ski-muziek zich door een dwingende, elektronische ‘Alpiene cadans’ met zware Germaanse Schlager-invloeden, primair ontworpen voor de verticale springbeweging in te kleine skihutten. Carnavalsmuziek daarentegen is een complex sociocultureel construct geworteld in de ‘hoempapa-traditie’ en lokale dialectiek, waarbij de akoestische nadruk ligt op koperblazers en de horizontale, serpentijnachtige voortbeweging van de polonaise.

Een groot verschil zit dus in de oriëntatie van de dans: verticaal op de bar of horizontaal over de vloer. Nog los van de omgeving: ik sta toch liever onderaan de piste in een Alpendorp dat op de Tilburgse Korte Heuvel of het Stadsforum.

Maar zoals het in een beschouwing hoort, volgt er ook een ‘maar’. Daar begon deze zin eigenlijk al mee, dus volgt nog een tweede ‘maar’: ik moet eerlijk toegeven dat uit praktijkonderzoek blijkt dat dat de grens tussen beide genres na acht borrels enigszins wazig wordt. Net als het niveau van de humor. Dat daalt, terwijl het niveau van de stoeprandjes als je naar huis fietst juist stijgt. Het is een verwarrende wereld.

En toch, puntje bij (piste)paaltje ga ik met volle overtuiging voor de après-skimuziek. Al zal ik dat tijdens de polonaise komend weekend met mijn groen-oranje Kruikenstadsjaal verder in het midden laten.

En tot die tijd luister ik gewoon de Foute 1.500. Doe je mee?

2 gedachten over “Carnavaprèsski-muziek”

  1. “Carnaval, kermis of de apres ski.
    Overal feest, dat is de magie.” – Feestteam alsmede DJ Maurice (2013/2014)

    1. Zeker waar. Maar het ene feestje is toch ‘de kaasblokjesborrel in een kring bij oma’, terwijl de après-ski eerder de spontane vrijdagmiddagborrel is die de ochtend erna nét iets te gezellig is gebleken.

Laat de Zondagsman wat weten!