Ik hou van pittig eten. Curry’s, nasi, friet, soep, broodje ei. Sambal past eigenlijk overal bij. Alleen fruit lijkt daarop een uitzondering. Correctie: leek daarop een uitzondering.
Pittig eten heeft voor mij één groot nadeel: mijn maag heeft er moeite mee. De details zal ik je besparen, maar ergens in het interne voedselverwerkingsproces loopt het systeem vast. Of juist niet eigenlijk. Maar inderdaad, ik zou je de details besparen.
Daarom probeer ik pittig eten binnen de perken te houden. Het is net als alcohol: je weet dat je er de dag erna spijt van hebt, dus het is een ingecalculeerd leed. Of zoals een vriend van een vriend (en daar waarschijnlijk de moeder van de hond z’n neef van) zei: met een biertje snoep je eigenlijk een beetje geluk van de dag erna af. Of zoiets. Ik had dat biertje dus net op, dus ik kan me de precieze woorden niet meer herinneren.
De pepertjes, sambal en (meestal rode) potjes kruiden gebruik ik dus met mate om mijn interne natuurlijke processen tevreden te houden. En dat lukt aardig, tot die natuur zelf roet in het eten gooide. Of beter gezegd: pit in het eten gooide.
Ik eet en drink waar het kan met de seizoenen mee. Sangia in de zomer, herfstbock in de herst, gluhwein in de winter, en lentebock in de lente. Alhoewel ik ook niet heel kritisch ben. De bonusaanbiedingen hebben meer invloed dan de weersinvloed.
Met fruit doe ik hetzelfde: peren in de lente aardbeien in de zomer, appel in de herfst, en in de winter ga ik bijvoorbeeld voor de mandarijnen, die ik dan braaf op mijn werk opeet. En daar ging het mis.
Er bleken in mijn mandarijn 18 pitten te zitten. Achttien pitten. In één mandarijn! Dat is nog eens een vruchtbare mandarijn. Zo een die in het programma ‘Een huis vol’ niet zou misstaan.
Aangezien toch enigszins bevreesd ben voor de gevolgen van pittig eten, zeker op mijn werk, besloot ik de pitten niet op te eten. Dus hoorde de collega tegenover mij vijf minuten lang alleen maar ‘pfft’, ‘pfft’, ‘pfft’. Niet heel smakelijk, maar liever dat geluid uit je mondgat dan je kontgat, was mijn gedachte.
Ik heb na afloop nog wel onderzoek gedaan. Althans, ik heb onderzoek opgezocht. En volgens mandarijnenonderzoek (ja, dat bestaat want het staat op Veggipedia) bestaat een mandarijn gemiddeld uit 7 tot 14 partjes.
Dat komt in mijn geval dus neer op 1,5 tot 2 pitten per partje. En aangezien halve pitten lastig zijn, rond ik af naar 2 pitten per partje.
Twee pitten per partje! In een mandarijn. Over pittig eten gesproken.
En het bleef nog lang onrustig in mijn buik.



