Ik houd van muziek. Het liefst hoor ik de hele dag de klanken van eeh.. Ja van wat eigenlijk? Mijn muzieksmaak is niet zo ver ontwikkeld dat ik een ook maar een trombone van een triangel kan onderscheiden. Of een piano van een panfluit.
Geen idee dus wat ik hoor, maar ik word er blij van.
Als de zon schijnt geniet ik van (vr)olijke nummers. Op vrijdagmiddag bereidt de aprèsski-muziek of de Foute 1.500 me voor op het weekend. Op zaterdagavond luister ik van een liveregistratie op tv, genietend van een sigaar en glas whiskey in mijn leren zetel – bij wijze van. En vanaf eind september geniet ik van Mariah Careys All I want for Christmas is yoouu-hoouu-hoouu. Maak me gek.
Ik kan ook eindeloos genieten van festivals en concerten. Van Best Kept Secret tot Concert at Sea, Pinkpop, 90’s Outdoor en Mundial (voor diegenen met een Tilburse historie), en van Shantel & Bucovina Club Soundsystem of Paul de Leeuw tot Meeuwis, Mika en Milow. Mijn smaak (of wansmaak, zo u wilt) is inderdaad breed.
De laatste jaren werd mijn verfijnde muzieksmaak en Spotify-algoritme echter langzaam bevuild door Nijntje, Woezel en Pip, Kinderen voor Kinderen en Job de Dutchtuber. Zoek laatstgenoemde maar eens op, echt, bloed uit je oren. En dan staat hij binnenkort dus in 013. De teloorgang van de muziekindustrie.
Ook de live muziek schiet er al jaren bij in. Geef het vaderschap de schuld, mijn gebrek aan eigen initiatief of een combinatie van beide. Mijn laatste concert was K3 in de Brabanthallen. Je snapt mijn punt.
Maar ik mis het zweet van de ene concertganger onder mijn neus en het bier van de andere concertganger in mijn nek. Regelmatig kijk ik op de website welke artiesten hun kunsten komen vertonen (zoals Job de Dutchtuber). Maar omdat ik in mijn directe omgeving redelijk alleen sta in mijn verfijnde muzieksmaak, mis ik het gezelschap.
En zo zag ik dat binnenkort Son Mieux een optreden geeft. Nice, wil ik heen!
Maar ja, ga ik dan alleen gaan? Wat moeten al die mensen om mij heen wel niet (niet wel) denken? “Kijk die sneue gast daar alleen staan, zonder vrienden! Zullen we hem eens keihard in z’n gezicht uit gaan lachen? In z’n knieholte trappen als ‘ie niet oplet? Bier in z’n gezicht gooien?”
Ga ik er wel van genieten? Of ben ik vooral met mijn omgeving mensen, in een poging zo min mogelijk op te vallen. Ga ik dan helemaal achterin de zaal staan? Of 013 keer 013 voorbijlopen en dan tóch niet naar binnen gaan en thuis de Spotify-playlist aanzetten.
Ja, zo gaat dat in mijn hoofd. Alsof ik de ster op het podium ben waar iedereen naar kijkt. Alsof het ook maar iemand interesseert wat ik daar doe. Blijkbaar wel, in mijn hoofd.
Maar ja, living on the edge, je angsten overwinnen, je kunt beter spijt hebben van wat je wel hebt gedaan dan wat je niet hebt gedaan. Zulke clichés.
Dus: ik heb een kaartje gekocht en ga naar Son Mieux! Alleen, solo en met mezelf.
En ik ga ervan genieten.
Denk ik.
Hoop ik.
Misschien.


