Rolluiken

Rolluiken

Rolluiken. Voordat ik in Tilburg kwam wonen, had ik er nog nooit van gehoord. In Rotterdam hebben we gewoon gordijnen. Of helemaal niets, want wat hebbie te verbergen dan?

Nu weet ik dat Brabanders wat minder direct zijn. Ze zeggen liever achter je rug om wat ze van je vinden, dan recht in je gezicht. Maar blijkbaar zeggen ze liever ook niet wat er achter hun eigen deuren gebeurt.

They see me roll(uik)in’, they hatin’

Zijn het de drugslabs? Sanseveria’s die niet gaat staan? Miniatuurversies van de Turbo Polyp op de Tilburgse Kermis? Of iets anders waar rolluikers zich voor schamen of wat het daglicht niet kan verdragen?

Hoe dan ook, ik vind ‘iets’ van rolluiken. Net zoals ik van veel dingen ‘iets’ vind overigens. Of het nu van mezelf is, van mijn buren of van mijn buurt. Alleen zeg ik dat liever niet in iemands gezicht. Zo Brabants ben ik dan ook wel weer.

Rolluiken zijn voor mij armoe ten top. Ze zijn lelijk, kil en lawaaiig. Toch zie je ze in Tilburg overal. Voor ramen, voor voordeuren, achter achterdeuren, in villawijken en in volksbuurten. Ik snap dat Tilburgers soms met enige gene naar hun stad kijken, maar met oogkleppen ter grootte van je ramen wordt het uitzicht echt niet beter.

En dan kan Guus Meeuwis mooi zingen:

“Dan denk ik aan Brabant, want daar brandt nog licht.”

Ik voeg graag toe:

“Maar niemand die ziet het, want het rolluik zit dicht.”

Toch probeer ik ook te integreren in het Brabantse. Dat mag ook wel, want ik woon inmiddels langer onder (ten zuiden van) de rivieren dan onder (het waterniveau) van de rivieren. En omdat mijn zuidelijke tongval nog altijd te wensen overlaat, zoek ik andere manieren om onderdeel te worden in de gemeenschap.

Juist, met rolluiken.

Maar, ter verdediging van mijzelf: ik heb rolluiken voor de high society. Ik zie ze als de Chiquita onder de bananen. De Douwe Bob onder de vaders. De Trump onder de narcisten.

Rolluiken dus. In gelikt antraciet, met een strak zonnepaneeltje en een fancy afstandsbediening. Én een ingenieus systeem waardoor je ze niet hoort als ze open en dicht gaan. Zodat mijn buren niet doorhebben dat ik ze heb.

Want ja, zij schamen zich voor wat er áchter de rolluiken gebeurt, maar ik schaam me toch vooral vóór de rolluiken zelf.

3 gedachten over “Rolluiken”

  1. Beste Zondagsman, wat fijn om weer eens van je te horen, en om te zien dat de taalkundige scherpte, humor en creativiteit, ondanks de rolluiken nog steeds de straat op komt.

Laat de Zondagsman wat weten!